Een kind dat in de buggy zit, beweegt niet. Daardoor koelt het sneller af dan jij, terwijl jij het warm krijgt van het duwen. Dat verschil is de kern van winterkleding onderweg.
Denk in lagen, niet in dikte
Drie dunne lagen isoleren beter dan één dikke, en je kunt ze afzonderlijk uittrekken als je binnen komt. Een binnenlaag die vocht afvoert, een isolerende middenlaag en een winddichte buitenlaag.
Handen, voeten en hoofd eerst
Daar gaat de meeste warmte verloren en dat merkt een kind het eerst. Wanten werken warmer dan vingerhandschoenen, en een muts die de oren bedekt doet meer dan een extra trui.
Een voetenzak in plaats van een deken
Een deken schuift weg zodra je kind beweegt. Een voetenzak blijft zitten, sluit rond de benen en houdt de wind buiten. Dat is voor buggy en fiets het effectiefst.
In de auto juist dunner
Een dikke jas hoort niet onder de gordel van een autostoel: de gordel komt dan te los te zitten. Trek de jas uit en leg hem als deken over je kind heen. Zie autostoel installeren: de fouten die het vaakst gemaakt worden.
Controleer in de nek
Koude handen zeggen weinig. Voel in de nek of tussen de schouderbladen; dat geeft de echte temperatuur weer.
Voor nat weer: regen onderweg. Voor de fiets: fietsen met een kind.

